woensdag 22 juni 2016

Georges Bruggeman, de onterecht vergeten akteur uit Hoboken bij de familie in de Mechelsestraat in 1936

Georges Bruggeman, de onterecht vergeten akteur uit Hoboken, die het in Hollywood maakte.


Mijn vader, Louis Vounckx was zo fier dat hij deze man kende en dat hij hem met zijn familie op bezoek kreeg. Ik schreef het in mijn familiesite en maak er nu een blogje van.






Vounckx en verwanten (Facebookgroep)
26 februari 2011 ·



Louis Vounckx en Marie Jeanne  kenden Tarzan persoonlijk (jaren 30)



Dat vertelden  ze ons in de jaren 50. Maar wij kenden alleen Johnie Weismuller en Randolph Scott als Tarzan. Over wie had hij het dan ?






Vader Ludovicus Guilielmus (Louis) Vounckx en zijn vrouw Marie Jeanne Schievers hadden een relatie in de filmwereld  in de jaren 30. Zij kenden persoonlijk "Tarzan".  Een paar keer is die naam thuis wel eens gevallen, maar wisten wij, kinderen van de jaren 40, veel over wie hij het had. Het was niet Johnnie Weismuller, de echte Tarzan, Olympisch kampioen, die hij persoonlijk kende, dus ging die informatie gewoon aan ons voorbij. En er is later nooit meer naar gevraagd. Tot ik het fotoalbum vond... maar toen was het veel te laat om het nog te vragen. Een bladzijde intrigeerde mij :  8 zwartwit foto's, te  Leuven genomen, met de tekst : G. Bruggeman vertrokken naar Amerika.





Birth: Nov. 1, 1904
Antwerp
Antwerp (Antwerpen), Belgium
Death: Jun. 9, 1967
North Hollywood
Los Angeles County
California, USA



Jeanne Schievers, echtg. Vounckx en mevrouw Bruggeman

Aanvulling : Deze gegevens vond ik over haar terug : Emily Priscilla Mills Bruggeman
Birth: Jan. 2, 1905
New York
Death: Oct. 7, 1995
Kingman
Mohave County
Arizona, USA

Family links: 
 Spouse:
  George Bruggeman (1904 - 1967)









Ik zou daar nooit meer aandacht aan besteed hebben, maar dank zij WWW ben ik eventjes gaan opzoeken wie die G. Bruggeman kon geweest zijn en ik kwam tot de volgende resultaten :
‘Tarzan is van Hoboken’.









 Hobokenaar en stuntman Georges Bruggeman was in 1932 de stand-in voor de ‘echte’ Tarzan, Johnny Weismuller, in de film Tarzan the Ape Man. Daarnaast leverde Bruggeman (1904-1967) stuntwerk af in nog twintig andere films waaronder Spartacus (1960) en in meer dan vijftig Hollywood-producties was hij figurant.





(gevonden op het web. Sinds 2011 is er heel wat veranderd. Toen vond ik nauwelijks iets over deze akteur, maar ondertussen heeft men er heel wat bijgevoegd.

Ik vond een facebooksite over Casa Louisa en George Bruggeman, maar die schijnt verwijderd te zijn.










De roots van de familie Bruggeman liggen in het Waasland”, vertelt Patrick Pieters. “De clan zwermde uit en Georges sportieve vader Omer vestigde zich als fietsenmaker in Hoboken. De man was technisch heel onderlegd en hij bouwde eigenhandig een minimotorfiets voor zijn niet eens vijfjarig zoontje, dat duidelijk veel van de fysieke kwaliteiten van zijn vader geërfd had. ‘De jongste motorrijder ter wereld’ titelde een krant onder de foto van de jonge Bruggeman op zijn motocyclette.”


Na de Eerste Wereldoorlog besloot het gezin Bruggeman naar Amerika te emigreren. In 1919 werd New York de eerste stop voor George, die een baantje vond in de scheepvaart.
Inmiddels had hij niet alleen Emily leren kennen, waarmee hij in 1927 trouwde, maar ook het zonnige Californië. De hele familie verhuisde naar het zuiden. Vader Omer maakte nu fietsen op maat voor beroemdheden. George raakte gefascineerd door fitness en bodybuilding en werd gelauwerd als ‘Mister California’. Toen hij las dat iemand met een uitstekende fysieke conditie werd gezocht voor een filmrol, stelde hij zich kandidaat.


De rol van prins Theseus in de stomme film Manhattan Cocktail uit 1928 werd zijn eerste optreden op het witte doek. In Spartacus speelde hij later aan de zijde van Kirk Douglas en in 1932 werd hij de stand-in voor Johnny Weismuller. Telkens als het gevaarlijk werd, was niet Johnny, maar George Tarzan.


Op 63-jarige leeftijd overleed George aan een hartinfarct.



Dit is een biografie die nog niet zo lang geleden op het web moet geplaatst zijn.








Ik zou eigenlijk niet meer over Bruggeman geschreven hebben, ware het niet dat ik een schitterend boek kreeg van mijn oudste vriend en filmfanaat uit Leuven, Eddy Van Weddingen.





Het andere Hollywood van Adrian Stahlecker, 2010 Uitgeverij ASPEKt Nederland

Bij het hoofdstuk over Charles (Laughton) en Elsa, las ik het volgende :

Alhoewel Charles Laughton alles deed om zijn  homoseksualiteit geheim te  houden, wist iedereen het. In Cecil B. De Mille's Sign of the Cross speelt Laughton de homoseksuele keizer Nero.


De choreograaf Mitchell Leisen had de choreografie voor een erotische verleidingscene geschreven. Leisen, zelf homoseksueel , had de atletisch gebouwde GEORGE BRUGGEMAN gecontacteerd voor de rol van halfnaakte sekslaaf van Nero. Criticus Mark Vieira vond het verrukkelijk losbandig maar de katholieke Pater Lord veroorde de film als seksuele perversie en liet de gelovigen de film boycotten.


Hieronder een foto van deze film met links Georges Bruggeman.









Ludovicus Guilielmus (Louis)  Vounckx overleed in 71 op 61-jarige leeftijd aan een hartinfarct. Zij hadden dus helaas wel meer gemeen. Waar zij elkaar hebben leren kennen zullen wij niet meer kunnen achterhalen.
In deze Vounckx site zet ik dus de 8 foto's van het bezoek van Georges Bruggeman en zijn vrouw Emily en enkele kinderen bij hun bezoek aan de familie in de Mechelsestraat 116, aan de Vaart, het Stadspark en de Lange trappen van de Sint-Pieterskerk te Leuven.


Vader poseert fier met de hond van moeder  en naast hem mevrouw Bruggeman.




Aan de Vaart, midden Georges, en rechts zijn echtgenote. Links Marie Jeanne Schievers.








Aan de lange trappen. Louis Vounckx, Jeanne Schievers en mevr. Bruggeman. 








In het stadspark met de ganse familie van de akteur. Van l.n.r.  : Louis Vounckx, onbekende dame, mevr. Bruggeman, Marie Jeanne Schievers . Twee van de kinderen zijn zeker Bruggemansen. De derde is mij onbekend. Vader draag hier een ander pak, dus veronderstel ik dat zij een paar dagen zijn blijven logeren en niet alle foto's van dezelfde uitstap zijn.









Deze foto's zijn nog nooit gepubliceerd en misschien zullen ze ooit door een of andere filmfanaat opgepikt worden om te voegen bij een behoorlijke biografie van de Vlaming, die in het in de jaren dertig en veertig in Hollywood maakte.
En natuurlijk voor onze familiegeschiedenis is dit leuk. Ook Vounckxen hebben relaties....
Er bestaat een Facebookgroep : Tarzan van Hoboken.


Willy 27/2/2011



Bruggeman, de Hobokense Tarzan     Klik hierop.

zondag 8 mei 2016

Familieweekblad "De Post" 1949 - 1990

Deze tikte ik op 7 mei 2016 g op de kop op de Rommelmarkt te Berlaar :



Jaargang 1 van De Post, Weekblad, Drukkerij N.V. Patria nrs 1 tot 20 (1949) in 2 volumes.
Originele prijs : 15 frank per deel.  Betaald : 10 euro voor de twee + 1 los nummer van 1960








Bij ons thuis, eind jaren 40, kwamen er verschillende tijdschriften in huis. Bij de grootouders en de ouders waren dat niet dezelfde maar iedereen las van iedereen. 


Voor de grootouders was dat altijd "Het Laatste Nieuws" geweest en voor de ouders "La Libre Belgique". Waarom mijn vader, die nochtans een Vlaming was, absoluut een Franstalige krant wou lezen heb ik nooit geweten. Hij zal het niveau van deze krant hoger ingeschat hebben. Zo heb ik ook nooit geweten waarom mijn tante en peter, zij van Aarschot en hij van Leuven, Le Soir in huis namen. Deze laatsten kochten ook geregeld "Humoradio". 


Als weekblad kochten mijn grootouders "De Post" en ze waren er ook vlug bij. Reeds in de jaren 50 ging ik speciaal naar boven om dat mooi geïllustreerde en vooral gekleurde weekblad door te nemen, eerst alleen voor de prentjes en later voor de tekst natuurlijk. Als tegenhanger kochten mijn ouders dan de "Paris Match" vooral voor zijn mooie kleurenfoto's en actualiteit. Vanaf 58, toen ik zelf een beetje beter bij kas kwam, haalde ik wekelijks "Humoradio"in huis. 


Reeds bij het eerste nummer, maakte "De Post " aan zijn publiek duidelijk dat het zeer katholiek en vooral anti-communistisch geörienteerd was. Lees maar op het kaft over de secretaresse die ontsnapte uit de Russische ambassade en waar  nog weken werd over uitgeweid. Je zou "De Post" een sensatieblad avant la lettre kunnen noemen alhoewel het niet meer te vergelijken is met wat er later verscheen zoals Dag Allemaal en andere Stories , Kwiks of Panorama's. 







Een geheugensteuntje voor dat tijdperk : De geboorte van Charles, troonopvolger in Engeland.




De geschiedenis van "Magnet Magazines" en ook het weekblad "De Post"  gaat terug tot 1949. Toen kocht Cyriel Van Thillo (Antwerpse bankiersfamilie  de in 1928 opgerichte Antwerpse drukkerij Patria, bekend van onder meer De Dag, Piccolo (het latere Tip-Top) en De Post (in 1990 gefuseerd met Panorama). Van Thillo splitste het bedrijf op in twee delen:
Drukkerij en Rotogravure-drukkerij  Astra enerzijds en het uitgeversbedrijf Sparta anderzijds.
Cyriel had 3 zonen (Ludo, Herman en Joris) die het zakenleven van hun vader
verder zetten.
-Ludo houdt zich bezig met de uitgeverij Sparta.
-Joris houdt zich bezig met de drukkerij Astra
-Herman bestuurt Spaarkrediet (spaarbank)
In 1956 kwamen Cyriels zonen, Ludo en Joris, aan het hoofd van het bedrijf te staan. Het was het begin van de hoogdagen van Astra-Sparta, dat onder meer een eigen handelsdrukkerij begon en in 1963 Le Soir Illustré begon te drukken voor de Waalse groep Rossel.n 1975 kochten Uitgeverij J. Hoste, de Waalse zakenman Maurice Brébart en Sparta elk een deel van het Franstalige vrouwenblad Femmes d’Aujourd’hui/Het Rijk der Vrouw. Dat was de eerste samenwerking tussen Hoste en Sparta maar de band zou snel groeien. In 1976 richtten de twee een gezamenlijke dochteronderneming op om De Post uit te geven: de NV Mavanti.
1987
De familie Van Thillo neemt 66% van de aandelen van Hoste nv over, om uiteindelijk alle aandelen in haar bezit te krijgen. De naam van de uitgeverij verandert in De Persgroep. De Persgroep overkoepelt in die tijd Sparta en Hoste nv. Sparta geeft de tijdschriften (Dag Allemaal en Joepie) van de familie Van Thillo uit. Hoste nv brengt naast Het Laatste Nieuws/De Nieuwe Gazet ook titels uit als Blik, Kwik, Zondagsnieuws, De Post en Het Rijk der Vrouw.
De Post fuseerde in 1990 met een ander tijdschrift.

In zijn boek "Uitgevers komen in de hemel " vermeldt Walter Soethoudt op blz 78 :

"Jef (Anthierens) Günther (H. Götfried en Wiel Elbersen waren op een bepaald ogenblik het trio dat het weekblad DE POST in elkaar zette."

Nog een interessant artikel uit het beginjaar 1949, vooral tot de verbeelding sprekend. 


dinsdag 27 oktober 2015

Muziekwinkels van voor de oorlog in Leuven.

In Leuven heb ik een viertal muziekwinkels gekend in de jaren 60. Je had vooraan de platenwinkel van Meunier, naast de Technische School. Die verkocht ook muziekinstrumenten en partituren, naast platen. En zoon Ivan ging met mij naar de muziekschool.

 Bijna aan het station, nog voor de Van den Tympelstraat had je Cirac, die daar al gevestigd was van in de jaren 30. Later had je aan de rechterkant de muziekwinkel van orkestleider Dolf Pelgrims.
Maar de winkel die ik bijna helemaal vergeten was, was de winkel van ene Maurice Michiels, die zijn zaak had in nummer 167, nog voorbij café Jezukes Boom.









Ik ben er als kind nochtans dikwijls gepasseerd in de jaren 50 en keek vol bewondering naar de partituren, die daar voor het raam hingen. Hij verkocht ook muziekinstrumenten, maar tot voor een paar maanden heb ik niet geweten wie die Maurice Michiels eigenlijk was.
Maurice Michiels moet een virtuoos accordeonspeler en ook componist geweest zijn (ik schrijf "geweest zijn", maar  hoop natuurlijk dat hij nog in leven is.)

Ik herinner mij nog een dame, die daar de klanten ontving. Ik heb er een paar partituren gekocht en ooit een gitaar laten  repareren (eind jaren 50 ; begin jaren 60).
Tot voor een paar weken vroeg ik mij af of dit hetzelfde huis is waar later de Steeno's hun muziekwinkel en muziekschool hadden, en dank zij internet is dit bevestigd.
Ik heb de gebroeders Steeno gekend in het Sint-Pieterscollege in Leuven eind jaren 50. De jongste zat bij mij in de klas, en de oudere broer kom ik nog geregeld tegen. Ik herken hem nog, maar ik heb mijn twijfels of hij mij nog herkend. Ik heb hem ooit eens aangesproken, hengelend naar oude klasfoto's maar hij zei er geen meer te bezitten;






Die Maurice Michiels moet toch belangrijk geweest zijn in de toenmalige muziekwereld en vooral in de wereld van de accordeonisten. Hij werkte samen met Oscar Denaeyer, een naam die je als jonge gast natuurlijk nooit vergeet om andere redenen dan zijn virtuositeit.
Onlang vond ik enkel partituren met werk van Mertens en ben ik verder gaan zoeken op internet.












Een brokje geschiedenis (van het web) 

            Music Center Leuven

Bij overname van de zaak Maurice Michiels in september 1970 werd spoedig aan uitbreiding gedacht. Onder impuls en drijvende kracht van zaakvoerder Liliane Vaeremans werd een grotere verkoopsruimte uitgebouwd. Door de oprichting van een orgelschool (later ook gitaar-en drumschool) en het leggen van internationale contacten, alsmede door het aanwerven van gespecialiseerd personeel, werd Music Center in Leuven en ver daarbuiten al snel een begrip voor de hedendaagse muzikant.  
Grote fabrikanten en verdelers van wereldmerken stelden hun vertrouwen in de zaak wat de verkoop en diensten drastisch deed stijgen.
Het oorspronkelijke "kleine" winkeltje werd algauw ingeruild voor een grotere locatie, eveneens gelegen in de Diestsestraat.  Meer dan 42 jaar maakte Music Center deel uit van de meest gerenomeerde winkelstraat van Leuven, de Diestsestraat.
Om een nog betere bereikbaarheid te garanderen, verhuisde Music Center in 2012 naar een nieuw, modern gebouw aan de Kop van Kessel-Lo, heel centraal gelegen aan het Leuvense station.  (Parking De Bond en Stationsparking - meer dan 1000 parkeerplaatsen)
Een vernieuwing werd doorgevoerd, maar de vaste waarden zoals kwaliteit & service blijven hoog in het vaandel staan.  Het Music Center Team staat daar meer dan ooit garant voor.

Shop-manager Hilde Steeno, reeds jaren vaste kracht in de winkel, leidt voortaan het geheel in de juiste baan.



Muziekhandel "De Beriot" Naamsestraat 77 (53-55)






Advertentie uit 1952








In 1920 en 1930 woonde in de Naamsestraat 77 ene "Denis Victor" (tellingen 
stadsarchief Leuven) maar de winkel heette "Maison J. Dewingaert" zoals hierboven te zien is.  



  Ook in 1930 woont hij op hetzelfde adres, maar de huisnummers zijn veranderd en
  77 werd nummer 55. (Stadsarchief Leuven) Is het verkeerd genoteerd. In de      advertentie van "De Beriot" uit 1952 staat hij vermeld als  nummer 53. Waarschijnlijk  gebruikte hij beide als werkhuis....



Wij komen hier ook nog beiaardier en muziekleraar Renaat Vansteenwegen tegen.Hij gaf les aan de kinderen in het 1e leerjaar solfege in de Muziekschool aan de Lei.









  Wie in de jaren 50 en 60 de winkel openhield weet ik niet. Zij verhuisden naar de Bondgenotenlaan en toen werd de winkel opengehouden door de dochter en haar 
echtgenoot. 

In de eenentwintigste eeuw werd de zaak overgebracht naar de Naamsesteenweg, vlakbij het station van Heverlee, maar droevige familiale omstandigheden maakten een abrupt einde aan de uitbating. 
   
Naamsesteenweg. "Pianokliniek" sedert 1890.   Foto 2012





    Naamsesteenweg 2014






Een andere muziekwinkel in Leuven was VERSLUYS, aan de Lange Trappen.





Met de "Hit Parade" van 1931 samengesteld door M.J. Schievers, toen 16 jaar. 









Meunier, de muziekwinkel vooraan in de Diestsestraat
(rechts van de ingang van de Technische School)


Palais de  la Musique






dinsdag 1 september 2015

Adieu mijn kleine gardesofficier

Gevonden op de rommelmarkt : een plaatje (1 eur) en een oud tijdschrift (50 cent)

                                                                 en veel herinneringen.

Een 78-toerenplaatje 20 cm : Adieu

 mijn kleine Garde offcier. 

Mars uit "Het lied is uit" (R. Stolz, arr. Salabert)   Zang met orkest.

Keerzijde : Prinses tot uw orders (W.R. Heymann)  Zang met orkest.









Mijn jaarlijkse vakantie was steevast naar mijn tante en oom  in Tienen, en ze  hadden daar een slingergrammofoon met  een kop van tientallen grammen... zo eentje waar je om de tien platen een  nieuwe naald moest insteken. Het was reeds een met twee bananenstekkertjes, die je achteraan  in de lampenradio moest pluggen, mechanisch, maar  semi elektrisch.  En pas in de loop van de jaren 50 kochten ze een radiomeubel, met ingebouwde platenwisselaar, waar zowel 33- 45- maar ook nog  78- toerenplaten konden mee gedraaid worden. Want zij hadden er nog veel liggen uit  hun jonge jaren, the twenties en thirties. Die oude grammofoon was de eerste die ik van  hen kreeg en ik heb hem helaas later terugbezorgd, waarna hij waarschijnlijk met het 'groot vuil" is verdwenen. Het radiomeubel werd na de dood van tante in 1994 in dank aanvaard door een vriend, waar de "radio-pickup" waarschijnlijk nog staat. ( Nietwaar Thierry G. ? ) 








Een  van de grijsgedraaide  platen van nonkel Paul en tante Maria  was "Adieu, mein kleiner gardenofficier". 

Ik hoorde in de jaren 50 natuurlijk liever Bill Haley, Little Richard, Jerry Lee Lewis, maar daar moest ik bij de oudere broer van mijn vriendje Roger, Willy in de Molenstraat  zijn,  (Zie mijn blog : Kartonnen dozen uit Tienen).Ik was dus wel verplicht bewust of onbewust mee te luisteren, maar het lied was zo'n oorwurm, dat je na twee beluisteringen  begon mee te zingen.

 Het was een van de honderden composities van Robert Stolz en kwam voor in zijn operette  'Die lustigen Weiber von Wien. Later werd het nog gebruikt in de operette "Im weissen Rössl" of "Auberge du Cheval blanc" Het werd gebruikt in zowel Duitse als Franse films.

 .Hieronder kun je de originele versie beluisteren, en bekijken : een fragmentje uit de film  
 "
Liane Haid lanceerde het in de film  maar Richard Tauber oogste er roem mee. 





Met Willi Forst, (links) het grote idool van de jonge meisjes uit die jaren... en ook van mijn moeder .
Die heb ik dikwijls horen noemen in mijn kinderjaren. (Miss België 1931 krijg je er bij...)


Over Robert Stolz zijn er heel wat biografieën  verschenen en zijn repertoire is zeer uitgebreid . 

Een van zijn muziekbundels, met zijn populairste werken uit die tijd.




copyright 1930







De Duitse tekst van W. Reisch

Und eines Tages mit Sang und Klang
Da zog ein Fähnrich zur Garde
Ein Fähnrich, jung und voll Leichtsinn und schlank
Auf der Kappe die goldene Kokarde
Da stand die Mutter vor ihrem Sohn
Hielt seine Hände umschlungen
Schenkt ihm ein kleines Medaillon
Und sie sagt zu ihrem Jungen
Adieu mein kleiner Gardeoffizier, Adieu, Adieu
Und vergiss mich nicht
Und vergiss mich nicht
Adieu mein kleiner Gardeoffizier, Adieu, Adieu
Sei das Glück mit dir
Sei das Glück mit dir

Stehe gerade, kerzengerade
Lache in den Sonnentag
Was immer gescheh'n auch mag
Hast du Sorgenminen, fort mit ihnen
Ta-ta-ra-ta-ta
Für Trübsal sind andere da

Adieu mein kleiner Gardeoffizier, Adieu, Adieu
Und vergiss mich nicht
Und vergiss mich nicht
Adieu mein kleiner Gardeoffizier, Adieu, Adieu
Sei das Glück mit dir
Sei das Glück mit dir
Adieu, Adieu mein kleiner Offizier, Adieu












De Franse versie werd gezongen door Frehel  in 1935, maar lang nadat Fred Gouin het had gezongen in 1931 (Vermeld : Liedje uit de film "Rêve de Vienne)





Het lied was zo populair dat men er een Vlaamse tekst op schreef. (*)










Nog een Franse ver(her)taling door een zekere René Dorin. Maar tekst en muziek schijnen niet te kloppen . Het kwam in elk geval voor in de operette "Auberge du cheval blanc" en werd
door Milton op plaat uitgebracht. 






In deze selectie voor piano uit 1948 komt het lied in elk geval niet voor. Ook niet in de Duitse versie, die ik onlangs op DVD kocht op een rommelmarkt (1 euro), waar een technische knappe opvoering werd weergegeven, maar wat mij niet bekoren wegens te verouderd en slaapverwekkend. Alleen sommige liederen bevielen mij nog. Maar ik heb toch het beroemde "Witte Paard" gezien, en ook dat van  De operette was zo beroemd dat er heel wat kroegen en zalen naar werden genoemd. het bekendste en nog bestaande is dat van Blankenberge. 











Fred Gouin, een bekend Frans zanger  zong  "Adieu mon petit officier" (du film Rêve de Vienne) 1931


Er bestaan nog  honderden versies van dit liedje.


Kees Pruis was de eerste die  een  Nederlandse versie zong













Bijlage : Biografie Robert Stolz op het web




En het 78-toerenplaatje uit Tienen...ik heb het geërfd in de jaren 80 maar bij vervoer heeft het de geest gegeven. De trap was te steil en de doos was te zwaar.  Die dingen waren heel breekbaar. 
Groeten, W.V. 1/9/2015


(*) Volkseleven rond antwerpse café-chantants - Jack Verstappen